Flashwords

Dutch De & Het Words: Thema 3

Food • Clothing • Home • Shopping — 211 nouns with articles and photos

In Dutch every noun carries one of two definite articles: de (common gender, ~75% of nouns) or het (neuter gender, ~25%). There are no strict rules — the article must be memorised together with the word. This page lists all Thema 3 vocabulary organised by topic, each noun shown with its article, English translation and a photo to help it stick.

Practise these words with the free Flashwords app — de/het quiz, dictation, and fill-in-the-blank modes all included.

Eten — Food

deaardappelpotato
deappelapple
deboterbutter
decakecake
deflesbottle
degroentevegetable
dehamham
dehamburgerhamburger
dekerscherry
deketchupketchup
dekipchicken
dekomkommercucumber
demelkmilk
demeloenmelon
deolieoil
depizzapizza
desinaasappelorange
deslalettuce / salad
despaghettispaghetti
desuikersugar
detaartcake / tart
dewhiskywhisky
dewijnwine
deworstsausage
dezakbag / pocket
hetbliktin / can
hetwaterwater
deaardbeistrawberry
deananaspineapple
deandijvieendive
debitterbalbitterbal (Dutch snack)
debloemkoolcauliflower
deborrelhapjessnacks / appetisers
debriebrie
decervelaatcervelat (sausage)
decroissantcroissant
dedoosbox
dedruifgrape
deframboosraspberry
dejeneverjenever / Dutch gin
dekaascheese
dekipfiletchicken fillet
dekippenboutchicken leg
dekippenpootchicken drumstick
dekrentenbolcurrant bun
dekrophead (of lettuce)
demandarijnmandarin
depaprikabell pepper
depatépâté
depeerpear
deportport wine
depreileek
dereepbar (of chocolate)
derolladerolled roast
derosérosé wine
desalamisalami
deslagroomwhipped cream
desnijboonrunner bean
despinaziespinach
destroopwafelstroopwafel (syrup waffle)
detomaattomato
deuionion
devlaaivlaai (Dutch pie)
devleeswarencold meats / deli
hetblikjesmall tin / can
hetbolletjesmall bread roll
hetboontjebean
hetbroodbread
hetbroodjebread roll
hetdoosjesmall box
hetflesjesmall bottle
hetgebakpastry / cake
hetgehaktminced meat
hetkoekjebiscuit / cookie
hetlamsvleeslamb
hetpilsjesmall beer / lager
hetrolletjesmall roll
hetrundvleesbeef
hetstokbroodbaguette
hetvarkensvleespork
hetvleesmeat
hetzakjesmall bag / sachet

Kleding — Clothing

dearmbandbracelet
debroektrousers
dehakheel
dehalskettingnecklace
dejascoat / jacket
dejurkdress
demouwsleeve
depantoffelslipper
depyjamapyjamas
deringring
derokskirt
deschoenshoe
despijkerbroekjeans
destropdastie
detasbag
detruisweater / jumper
deoverhemddress shirt
hett-shirtT-shirt
debhbra
deblouseblouse
dehandschoenglove
dekledingclothing
deklerenclothes
delaarsboot
delippenstiftlipstick
demaatsize / measure
demake-upmake-up
deonderbroekunderpants
deoorbelearring
desandaalsandal
desjaalscarf
deslipperflip-flop
desoksock
hetcolbertjacket / blazer
hetkostuumsuit
hetmodelmodel / style
hetondergoedunderwear
hetpaarpair / couple
hetpoloshirtpolo shirt
hetpostuurposture / figure
hetshirtshirt
hetslipjeunderpants / briefs
hettasjesmall bag
hetvestcardigan / vest

Thuis — Home

debankbank / sofa
deboekenkastbookcase
debriefletter
debusbus
dedorstthirst
deeettafeldining table
deflatflat / apartment
dehamerhammer
dehanddoektowel
dekalendercalendar
dekleurcolour
dekrantnewspaper
deoverkantopposite side
deplantplant
deprinterprinter
derolroll / role
destemvoice / vote
destoelchair
detafeltable
detelevisietelevision
dewinterwinter
dezinsentence / desire
dezomersummer
hetboekbook
hetbureaudesk / office
hetmenumenu
hetpaksuit / pack
hetpapierpaper
hetverbandbandage
hetwc-papiertoilet paper
hetweekendweekend
deaspirineaspirin
deboormachinedrill
dedouchecrèmeshower cream
defauteuilarmchair
dekeeltabletthroat lozenge
dekrukstool
depinautomaatATM / cash machine
depinpasdebit card
depleisterplaster / bandage
deshampooshampoo
hetbriefjenote / banknote
hetbusjevan / small bus
hetdressoirsideboard / dresser
hetogenblikmoment
hetpakjepackage / parcel
hetprobleemproblem
hetserviescrockery / dinner set

Winkels — Shopping

deaanbiedingoffer / deal
debakkerbaker
debeurtturn
debloemflower / flour
deboekwinkelbookshop
deboodschaperrand / message
dedrogistdrugstore
dejuwelierjeweller
dekeuschoice
deklantcustomer
deoberwaiter
deprijsprice / prize
derekeningbill / receipt
deslagerbutcher
deverkopersalesperson
dewinkelshop / store
hetbudgetbudget
hetproductproduct
debakkerijbakery
debloemenzaakflower shop
debouwmarktDIY store
dedrogisterijdrugstore
degroentemangreengrocer
dekilokilogram
dekledingwinkelclothing shop
dekoopavondlate shopping night
demarktkraammarket stall
demeneermister / sir
deportieportion
deroosrose
deschoenenzaakshoe shop
deslagerijbutcher's shop
desupermarktsupermarket
detulptulip
hetcafécafé
hetgramgram
hetpondpound

Practise de & het for free

Flashwords quizzes you on de/het, spelling, listening and more — all Thema 3 words included.

Open Flashwords