Tijdindicaties bij imperfectum
In Dutch, time expressions signal which past tense to use. Words like vroeger and toen point to the imperfectum, while words like net and al point to the perfectum. Recognising these markers lets you choose the right tense automatically.
<strong>Vroeger</strong> (formerly), <strong>toen</strong> (then/when), <strong>in + year</strong>, and frequency words like <strong>altijd / nooit / vaak / soms</strong> used in a past narrative all signal the imperfectum. They describe how things were or what used to happen.
Practice: Complete: "Vroeger ___ ze heel verlegen." (zijn)
was — vroeger signals imperfectum. zijn → imperfectum: was. Vroeger was ze heel verlegen.
Practice: Complete: "In 2010 ___ hij een baard." (hebben)
had — in + year signals imperfectum. hebben → had. In 2010 had hij een baard.
Practice: Translate: "When they were together, she was always cheerful."
Toen ze samen waren, was ze altijd vrolijk. — Toen and altijd in a past narrative both point to imperfectum: waren, was.
Practice: Complete: "Hij ___ soms jaloers op zijn broer." (zijn, past habitual)
was — soms in a past narrative context signals imperfectum. zijn → was.
<strong>Net / zojuist</strong> (just now), <strong>al</strong> (already), <strong>nog niet</strong> (not yet), <strong>vandaag / deze week / dit jaar</strong>, and <strong>gisteren / vorige week</strong> signal the perfectum — they frame actions as recently completed or relevant to the present.
Practice: Complete: "Ze heeft hem ___ ontmoet." (just now)
net — net (just now) signals perfectum: Ze heeft hem net ontmoet.
Practice: Complete: "Ik heb haar ___ niet gebeld." (not yet)
nog niet — nog niet with the perfectum means the action has not happened yet but is expected: Ik heb haar nog niet gebeld.
Practice: Translate: "They have already broken up." (uit elkaar gaan)
Ze zijn al uit elkaar gegaan. — al (already) signals perfectum. uit elkaar gaan uses zijn: Ze zijn al uit elkaar gegaan.
<strong>Toen</strong> refers to a specific moment or period <em>in the past</em>. <strong>Dan</strong> means "then" in a present or future sequence, or in a conditional result. Never use dan to refer back to a past moment.
Practice: Choose: "Vroeger woonden we samen. ___ hadden we een hond." (then, past)
Toen — toen refers to a past moment. dan would be wrong here because we are describing the past.
Practice: Choose: "Als je haar belt, ___ is ze blij." (then, result of condition)
dan — dan appears in als … dan constructions for present/future conditions. toen would imply a past moment.
Practice: Complete: "___ kende ik hem nog niet." (back then)
Toen — toen refers to a point in the past: Toen kende ik hem nog niet. dan would be grammatically wrong in this context.
| Time marker | Meaning | Tense signal | Example | Example |
|---|---|---|---|---|
| vroeger | formerly / used to | imperfectum | Vroeger was hij heel verlegen. He used to be very shy. | |
| toen | then / when (past) | imperfectum | Toen had ze lang haar. Back then she had long hair. | |
| in 2010 | in [year] | imperfectum | In 2010 woonden ze samen. In 2010 they lived together. | |
| altijd (verhaal) | always (in a story) | imperfectum | Hij was altijd attent. He was always considerate. | |
| net / zojuist | just now | perfectum | Ze heeft hem net ontmoet. She just met him. | |
| al | already | perfectum | Ik heb haar al verteld. I have already told her. | |
| nog niet | not yet | perfectum | Hij heeft nog niet gebeld. He has not called yet. | |
| vandaag | today | perfectum | We hebben vandaag afgesproken. We made plans today. | |
| gisteren | yesterday | perfectum | Ze hebben gisteren ruzie gehad. They argued yesterday. | |
| vorige week | last week | perfectum | Hij heeft haar vorige week ontmoet. He met her last week. |
Practice: Complete: "Vroeger ___ hij nooit jaloers." (zijn, imperfectum)
was — vroeger signals imperfectum: was. Vroeger was hij nooit jaloers.
Practice: Translate: "She has not called yet today."
Ze heeft vandaag nog niet gebeld. — vandaag and nog niet both signal perfectum. bellen uses hebben: Ze heeft vandaag nog niet gebeld.
Practice: Complete: "In de jaren negentig ___ ze getrouwd." (zijn, plural)
waren — in + period signals imperfectum. zijn (plural) → waren. In de jaren negentig waren ze getrouwd.
Practice: Complete: "Ze ___ gisteren uit elkaar gegaan." (zijn, perfectum)
zijn — gisteren signals perfectum. uit elkaar gaan uses zijn: Ze zijn gisteren uit elkaar gegaan.
Practice Time Markers Quiz with relationships and personality vocabulary
Flashwords uses flashcards, fill-in-the-blank quizzes, and listening exercises to make Dutch stick.
Start learning →